024 – 30 30 390 algemeen@alkemadevanpassel.nl
Selecteer een pagina

Het aantal ZZP-ers rijst de pan uit. Voorheen in loondienst en nu opdrachtnemer? Wanneer sprake is van een dienstverband (schijnzelfstandigheid) of wanneer daadwerkelijk sprake is van ondernemerschap houdt de gemoederen bezig, zo bewijst ook een recente uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam in de zogenoemde Deliveroo-zaak, Wat is er aan de hand?

FNV versus Deliveroo

De Kantonrechter te Amsterdam heeft op 15 januari jl. een belangwekkende uitspraak gedaan in een zaak die door FNV was aangespannen tegen Deliveroo. Dit bedrijf beheert een digitaal platform waarmee onafhankelijke restaurants door middel van een bestel- en betaalsysteem worden gekoppeld aan klanten. Deliveroo biedt daarbij een online maaltijdbestel- en betaalsysteem en een bezorgdienst aan restaurants.

FNV had in deze zaak gevorderd voor recht te verklaren dat de rechtsverhouding tussen Deliveroo en zijn bezorgers is aan te merken als een arbeidsovereenkomst. Het ging dus niet om de beoordeling van de rechtsrelatie c.q. overeenkomst met een specifieke medewerker, maar om te verkrijgen van een algemeen rechtsoordeel over de aard van de rechtsrelatie/overeenkomst tussen Deliveroo en zijn bezorgers.

Een bijzondere omstandigheid was dat Deliveroo de arbeidscontracten (voor bepaalde tijd) met haar bezorgers niet had verlengd en met hen nieuwe afspraken had gemaakt (een overeenkomst van opdracht) die zouden moeten waarborgen dat de bezorgers voortaan zelfstandig ondernemer zouden zijn. Verder werd door de bezorgers gebruik gemaakt van een digitaal systeem dat hen in staat stelde kenbaar te maken of, wanneer, waar en voor hoe lang zij wilden werken. Een constructie die in elk geval vrijblijvend oogde en niet het verplichtende karakter leek te hebben van een arbeidsovereenkomst.

Maar schijn bedriegt. Dat vond althans FNV. FNV meende dat de ‘nieuwe’ situatie niet wezenlijk verschilde van de ‘oude’ situatie en dat de bezorgers dus nog steeds op basis van een arbeidsovereenkomst voor Deliveroo werkten.

Deliveroo was het hier (uiteraard) niet mee eens en wees er in haar verweer op dat onlangs (in juli van het vorig jaar) een andere Kantonrechter van de rechtbank Amsterdam in een zaak tegen één van zijn bezorgers heeft geoordeeld dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Nadat de Kantonrechter FNV ontvankelijk achtte in haar vordering (er was in casu sprake van een collectieve actie) en het formele bezwaar van Deliveroo tegen een verklaring voor recht ongegrond oordeelde, kwam zij toe aan een inhoudelijke beoordeling van de kwestie.

 

Arbeidsovereenkomst of niet

Daarbij werd de volgende rechtsvraag geformuleerd: of ‘alle omstandigheden in aanmerking genomen’ het karakter van de rechtsverhouding tussen Deliveroo en zijn bezorgers zodanig is veranderd dat niet langer wordt voldaan aan de elementen van de arbeidsovereenkomst en dan met name het element ‘in dienst van’ ofwel de gezagsverhouding.

De gezagsverhouding is één van de kenmerken van de arbeidsovereenkomst, en volgens velen het meest kenmerkende element, naast het ‘gedurende zekere tijd arbeid verrichten’ en het betalen/ontvangen van loon.

De Kantonrechter vervolgt haar inhoudelijke beoordeling met een redelijk uitvoerige bespreking van omstandigheden als de verplichting om arbeid te verrichten (en dus ook of er vrijheid bestaat op dit vlak), de mogelijkheid van vervanging, de beloning, de inschrijving in de Kamer van Koophandel, de materialen die worden gebruikt en de (mate) van zelfstandigheid en kijkt daarbij vooral ook naar de feitelijke situatie.

 

Aard van het werk, rechtsverhouding en afhankelijkheid

De conclusie die daaruit wordt getrokken luidt dat  – “alles in onderlinge samenhang overziende” – de aard van het werk en de rechtsverhouding tussen Deliveroo en de bezorgers niet wezenlijk zijn gewijzigd en dat er dus nog steeds sprake is van een gezagsrelatie en daarmee ook van een arbeidsovereenkomst tussen beiden. FNV kreeg dus gelijk en Deliveroo dient er nu rekening mee te houden dat de bezorgers nog steeds bij het bedrijf in dienst zijn (met alle gevolgen van dien zoals cao-/pensioenverplichtingen etc.).

Een belangrijke overweging lijkt in deze zaak nog te zijn dat de bezorgers (nog steeds) in een afhankelijkheidspositie verkeren ten opzichte van Deliveroo. In die situatie zou met de nieuwe inrichting, wat de zelfstandigheid van de bezorgers zou moeten waarborgen, dus geen of onvoldoende verandering zijn opgetreden.

De Kantonrechter merkt ten slotte nog op, dat er (individuele) situaties denkbaar zijn waarin wél sprake is van een opdrachtrelatie en noemt daarbij de situatie waarin sprake is van een zodanig gering aantal bezorgingen dat niet wordt voldaan aan het hiervoor genoemde vereiste van het ‘gedurende zekere tijd arbeid verrichten’ en de situatie waarin bezorgers mogelijkheden vinden om hun werk om te zetten in een bedrijfsuitoefening. Het zou hier echter om uitzonderingsgevallen gaan.

 

Bezorger voorlopig arbeider en geen opdrachtnemer

Het is nog onduidelijk wat de betekenis is of wordt van deze uitspraak. Het zou kunnen zijn dat deze uitspraak het begin is van een (nog) kritischer beoordeling van constructies waarvan bedrijven als Deliveroo zich bedienen (constructies die in elk geval zelfstandig ondernemerschap van de daarbij betrokkenen suggereren).

Een belangrijk punt in deze zaak lijkt overigens te zijn dat Deliveroo aanvankelijk met arbeids (minimum- maximum) contracten werkte hetgeen de vraag oproept wat het oordeel zou zijn geweest als die specifieke situatie niet aan de orde zou zijn geweest?

Duidelijk is in elk geval dat deze uitspraak reeds voor de nodige commotie heeft gezorgd (zelfs het journaal besteedde er aandacht aan) en de gemoederen nog wel even bezig zal houden. Een vervolg ligt in het verschiet nu Deliveroo heeft aangegeven, volgens de persberichten althans, in hoger beroep te willen gaan. Wat het uiteindelijke oordeel zal worden, de tijd zal het leren. Wordt vervolgd dus.

Arbeidsrechtelijke vragen? Neem voor meer informatie contact op met:

mr. W.J.B.M. Alkemade